Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 118OmgevingsrechtNr. 336 MOTIE VAN HET LID RUSSCHERVoorgesteld 25 juni 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat uit de evaluatie van de werking van de Omgevingswetblijkt dat gemeenten in de praktijk veelvuldig kiezen voor een buiten-planse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in plaats van een wijziging van hetomgevingsplan;constaterende dat de bestaande monitoring wel inzicht biedt in het aantalBOPA’s, maar geen volledig landelijk beeld geeft van de verhoudingtussen vergunningverlening via de BOPA en besluitvorming via eenwijziging van het omgevingsplan;overwegende dat de BOPA is bedoeld als instrument voor afwijkingen vanhet omgevingsplan en niet als structureel alternatief voor het actualiserendaarvan;overwegende dat zonder inzicht in de omvang en de oorzaken van hetgebruik van de BOPA niet kan worden beoordeeld of de systematiek vande Omgevingswet in de praktijk functioneert zoals door de wetgever isbeoogd;verzoekt de regering landelijk in kaart te brengen welk aandeel van deomgevingsvergunningen via een BOPA wordt verleend ten opzichte vaneen wijziging van het omgevingsplan;verzoekt de regering te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om hetgebruik van de BOPA terug te brengen tot het uitzonderlijke instrumentwaarvoor die is bedoeld, en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.Russcher kst-33118-336ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 118, nr. 336
25 jun 2026Motie ingediendMotie van het lid Russcher over onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruk van de BOPA terug te brengen tot waarvoor die is bedoeldBron ↗
25 jun 2026IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
30 jun 2026Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗