MotieAangenomenKabinet: niet beschikbaar bij moties en/of amendementen vóór 1 april 2019
Motie van de leden Mohandis en Elias over 17 miljoen euro voor toekomstgerichte ontwikkelingen bij regionale omroepen
28 nov 2016 · Tweede Kamer · Dossier 34550-VIII · Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2017
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 34 550 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2017 Nr. 83 MOTIE VAN DE LEDEN MOHANDIS EN ELIAS Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 28 november 2016 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet besloten heeft om het wetsvoorstel modernisering regionale publieke omroep, dat ten doel had de plannen van regionale omroepen ten uitvoering te kunnen brengen, niet in te dienen; constaterende dat dit jaar de Regionale Publieke Omroep is opgericht met de wettelijke taak het bevorderen van samenwerking en coördinatie met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau; overwegende dat samenwerking tussen regionale omroepen, binnen het publieke bestel en met private media, nog steeds wenselijk is vanwege de structurele bezuiniging die per 2017 ingaat en de uitdagingen die de snelle ontwikkelingen in het medialandschap stellen aan de regionale omroepen; verzoekt de regering, op korte termijn een regeling op te stellen waarin op voorwaarde van samenwerking onder coördinatie van de Regionale Publieke Omroep maximaal 17 miljoen euro beschikbaar is voor toekomstgerichte ontwikkelingen bij regionale omroepen; verzoekt de regering tevens, deze middelen incidenteel te dekken uit de algemene mediareserve zodat de middelen ten goede komen aan samenwerkings-, transitie- en reorganisatiekosten, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Mohandis Elias kst-34550-VIII-83ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 VIII, nr. 83