Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 21 501-20Europese Raad Nr. 1559 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN OUWEHAND EN VAN RAAN TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 1499 Voorgesteld 2 juli 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het classificeren van energie uit (houtige) biomassa als duurzame (hernieuwbare) energie door de gezamenlijke Europese Academies van Wetenschappen (EASAC) sterk bekritiseerd wordt; constaterende dat de verbranding van houtige biomassa leidt tot grootschalige boskap en een verhoogde CO2-concentratie; spreekt uit dat (vooralsnog afgezien van biomassa uit houtafval afkomstig uit een straal van maximaal 100 km van de centrale) houtige biomassa niet kan worden gezien als bron voor duurzame hernieuwbare energie; verzoekt de regering, er bij de Europese Commissie op aan te dringen deze houtige biomassa niet langer als duurzame (hernieuwbare) energie aan te merken, en gaat over tot de orde van de dag. Ouwehand Van Raan kst-21501-20-1559ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 21 501-20, nr. 1559
2 jul 2020Motie ingediendGewijzigde motie van de leden Ouwehand en Van Raan over energie uit houtige biomassa niet langer als duurzame energie aanmerken (t.v.v. 21501-20-1499)Bron ↗
2 jul 2020Aangehouden.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
3 nov 2020Aangehouden.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
20 jan 2021Aangehouden.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
26 jan 2021Aangehouden.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
11 feb 2021Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗