Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 32 735Mensenrechten in het buitenlands beleid Nr. 234 MOTIE VAN DE LEDEN KUZU EN VAN DEN HUL Voorgesteld 17 april 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat onderzoekers van de onafhankelijke factfindingmissie van de Verenigde Naties hebben geconcludeerd dat de militaire top van Myanmar onderzocht en vervolgd moet worden op verdenking van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden tegen de Rohingya; van mening dat het van belang is om de economische structuren die het Myanmarese leger in staat stellen om zichzelf te verrijken en hun kwaadaardige activiteiten door te zetten, te stoppen; verzoekt de regering, om in internationaal verband steun te vergaren voor internationale sancties, zoals het bevriezen van tegoeden en het verbieden van samenwerking, tegen economische entiteiten die aantoonbaar gelieerd zijn aan het Myanmarese leger, zoals de Myanmar Economic Corporation en Myanmar Economic Holdings Limited, en gaat over tot de orde van de dag. Kuzu Van den Hul kst-32735-234ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 32 735, nr. 234
17 apr 2019Motie ingediendMotie van de leden Kuzu en Van den Hul over sancties tegen economische structuren die gelieerd zijn aan het Myanmarese legerBron ↗
17 apr 2019Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
23 apr 2019Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗