kst-32043-132ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 32 043Toekomst pensioenstelsel Nr. 132 MOTIE VAN HET LID VAN WEYENBERG C.S. Voorgesteld 27 september 2012 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet de rentecurve voor pensioenfondsen aanpast met behulp van een Ultimate Forward Rate (UFR) van 4,2%; constaterende dat de huidige lange rente ruim onder dit niveau ligt en ook lang onder dat niveau kan blijven; overwegende dat onder andere het Centraal Planbureau en vele pensioen-experts en economen vinden dat een realistisch gekozen niveau voor de lange rente beduidend lager ligt dan de gekozen 4,2%; overwegende dat een te hoge UFR betekent dat pensioenfondsen zich onterecht rijk kunnen rekenen en dat dit ten koste kan gaan van toekom-stige pensioenen; verzoekt de regering, in 2013 een beduidend lager niveau voor de UFR te hanteren conform de analyse van het Centraal Planbureau, en gaat over tot de orde van de dag. Van Weyenberg Sap DijkgraafTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 043, nr. 132