Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 858EU-voorstellen: Kader klimaat en energie 2030 COM (2014) 15, 20 en 21 Nr. 11 MOTIE VAN HET LID JAN VOS Voorgesteld 20 februari 2014 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de meer verstrekkende gevolgen van klimaatveran-dering in worstcasescenario’s vergaande consequenties kunnen hebben voor onze samenleving; constaterende dat het IEA en de Nederlandse regering nu uitgaan van een opwarming van de aarde met 3,6 graden tot 2100; constaterende dat steeds meer wetenschappers extreme weerpatronen in toenemende mate koppelen aan klimaatverandering, waarbij de modellen zorgwekkende uitkomsten geven; verzoekt de regering om, in haar gesprekken met onder meer KNMI en de Deltacommissaris aandacht te vragen voor de worstcasescenario’s en de actuele wetenschappelijke inzichten met betrekking tot het verband tussen weerpatronen en klimaatverandering, alsmede om de Kamer over de resultaten van deze besprekingen te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Jan Vos kst-33858-11ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 858, nr. 11