kst-19637-1338ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2010Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2009–201019 637Vreemdelingenbeleid Nr. 1338 MOTIE VAN HET LID VAN VELZEN Voorgesteld 21 april 2010 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat gemeenten nog steeds geconfronteerd worden met uitgeprocedeerde (ex-)asielzoekers die een (reguliere) aanvraag hebben ingediend op grond van buitenschuld, schrijnendheid of verblijf bij kind; van mening, dat voorkomen moet worden dat deze mensen op straat belanden en in de illegaliteit terechtkomen; constaterende, dat de regering er sinds 1 januari 2010 bij gemeenten op aandringt dat alle noodopvang gesloten moet worden; constaterende, dat het wetgevingstraject voor de nieuwe asielprocedure naar verwachting op zijn vroegst medio 2010 zal zijn afgerond; verzoekt de regering om tot inwerkingtreding van de nieuwe asielpro-cedure ruimhartig om te gaan met gemeenten die op basis van hun zorgplicht opvang bieden voor uitgeprocedeerde (ex-)asielzoekers met rechtmatig verblijf, en gaat over tot de orde van de dag. Van VelzenTweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 19 637, nr. 1338