Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 21 501-20Europese Raad Nr. 1817 MOTIE VAN HET LID KUZU Voorgesteld 22 juni 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Westelijke Balkanlanden al jaren in de Europese wachtkamer zitten; overwegende dat de snelheid en goodwill voor Oekraïne in schril contrast staat met het langdurig getreuzel rond de pogingen van de Westelijke Balkanlanden om tot de Europese familie te behoren; verzoekt de regering om zich in Europees verband hard te maken voor grotere directe betrokkenheid van de EU bij de Westelijke Balkanlanden voor rechtsstaathervormingen en, vooruitlopend op een eventueel lidmaatschap, in bepaalde gevallen gedeeltelijke integratie mogelijk te maken, zoals opname in delen van de interne markt van de EU, en gaat over tot de orde van de dag. Kuzu kst-21501-20-1817ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 21 501-20, nr. 1817
22 jun 2022Motie ingediendMotie van het lid Kuzu over grotere directe betrokkenheid van de EU bij de Westelijke Balkanlanden voor rechtsstaathervormingenBron ↗
22 jun 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
22 jun 2022Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗