Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 31 497Passend onderwijs Nr. 351 MOTIE VAN DE LEDEN VAN MEENEN EN WESTERVELD Voorgesteld 19 februari 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het aantal thuiszittende leerlingen sinds het sluiten van het zogeheten Thuiszitterspact niet is gedaald; voorts constaterende dat in het Thuiszitterspact geen jaarlijkse doelstelling voor de verlaging van het aantal thuiszittende leerlingen is bepaald; en constaterende dat het Thuiszitterspact een voorbeeld is van een vrijblijvende bestuurlijke overeenkomst zonder bindende gevolgen; verzoekt de regering, bindende afspraken te maken met alle betrokken partijen over het terugdringen van het aantal thuiszittende leerlingen inclusief jaarlijks te behalen doelen, en de Kamer daarover voor de zomer te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Van Meenen Westerveld kst-31497-351ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 31 497, nr. 351
19 feb 2020Motie ingediendMotie van de leden Van Meenen en Westerveld over bindende afspraken over terugdringen van het aantal thuiszittende leerlingenBron ↗
19 feb 2020IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
3 mrt 2020Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗