Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 29 614Grondrechten in een pluriforme samenleving Nr. 118 MOTIE VAN HET LID ROG C.S. Voorgesteld 14 maart 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister van Onderwijs toeziet op onderwijskwaliteit en bestuurlijk falen en in het hoger onderwijs is uitgebreid met maatschappelijke verantwoordelijkheid; overwegende dat antidemocratische gedragingen en/of het verspreiden van antidemocratisch gedachtegoed niet onder de huidige aanwijzingsbe-voegdheid van de Minister valt; tevens overwegende dat de mogelijkheid tot het schorsen van een bestuurder ook niet in de huidige aanwijzingsbevoegdheid zat; verzoekt het kabinet, op de kortst mogelijke termijn te bezien of de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister van Onderwijs uitgebreid kan worden voor alle onderwijssectoren met «maatschappelijke verantwoor-delijkheid», antidemocratische gedragingen of antidemocratisch gedach-tegoed en het schorsen van bestuurders, en de Kamer daarover zo spoedig mogelijk te berichten, en gaat over tot de orde van de dag. Rog Van Meenen Rudmer Heerema Bruins kst-29614-118ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 614, nr. 118