Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-20Europese RaadNr. 2285 MOTIE VAN HET LID KAHRAMAN C.S.Voorgesteld 30 september 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat minderheden zoals druzen, alawieten, Koerden enchristenen in Syrië al jarenlang doelwit zijn van vervolging, discriminatieen geweld;overwegende dat in gebieden onder controle van de zogenoemderegering-Jolani (Hayat Tahrir al-Sham) ernstige mensenrechtenschen-dingen plaatsvinden, waaronder buitengerechtelijke executies, vervolgingvan religieuze en etnische minderheden en onderdrukking van vrouwen;constaterende dat de aanwezigheid en veiligheid van minderhedencruciaal is voor de stabiliteit en toekomstige vreedzame opbouw vanSyrië;constaterende dat Nederland zich inzet voor de bescherming vanminderheden en vrijheid van godsdienst en levensovertuiging wereldwijd;verzoekt de regering:–in VN- en EU-verband op te komen voor de bescherming van druzen,alawieten, christenen en Koerden in Syrië tegen het geweld van deregering-Jolani;–zich in te zetten voor internationale monitoring en rapportage vanmensenrechtenschendingen door HTS en aanverwante groeperingen;–samen met gelijkgezinde landen te onderzoeken welke gerichtesancties en verdere diplomatieke middelen kunnen worden ingezettegen verantwoordelijken voor deze mensenrechtenschendingen;–steun te verlenen aan lokale maatschappelijke en religieuze organisa-ties die deze minderheden bijstaan in hun veiligheid en bestaanszeker-heid,en gaat over tot de orde van de dag.KahramanVan der Plas kst-21501-20-2285ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 22851
CederTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 22852