kst-19637-1557ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–2012 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 1557 MOTIE VAN DE LEDEN GESTHUIZEN EN DIBI Voorgesteld 5 juli 2012 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Afghaanse vreemdelingen, aan wie artikel 1F Vluchte-lingenverdrag is tegengeworpen en ten aanzien van wie op dit moment een uitzetbeletsel geldt, gemiddeld dertien jaar zonder rechten en plichten in Nederland verblijven; overwegende dat Nederland geen vluchthaven mag zijn voor oorlogsmis-dadigers en dat het Openbaar Ministerie over moet gaan tot vervolging als hiertoe aanleiding beslaat; overwegende dat de Afghaanse 1F’ers van wie de beschuldiging niet bewezen kan worden maar die niet terug kunnen keren naar Afghanistan op den duur zekerheid moeten krijgen over hun verblijfsstatus; verzoekt de regering, om het Openbaar Ministerie grondig te laten onderzoeken of vervolging mogelijk is van Afghaanse 1F’ers die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven en ten aanzien van wie een uitzetbe-letsel geldt; verzoekt de regering tevens, indien vervolging niet mogelijk is, te bezien of – desnoods met voorwaarden – redelijkerwijs een verblijfsvergunning kan worden toegekend en de Kamer te informeren over de uitkomst, en gaat over tot de orde van de dag. Gesthuizen DibiTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 19 637, nr. 1557