Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 35 925Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën Nr. 90 MOTIE VAN DE LEDEN INGE VAN DIJK EN GRINWIS Voorgesteld 7 oktober 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kader voor de financiële verhoudingen tussen overheden is vastgelegd in artikel 2 Financiële-verhoudingswet en artikel 108, derde lid Gemeentewet; overwegende dat artikel 2 Financiële-verhoudingswet, dat het Rijk moet aangeven hoe decentrale overheden financiële gevolgen moeten dekken die voortvloeien uit beleidsvoornemens van het Rijk en artikel 108, derde lid Gemeentewet dat stelt dat waar sprake is van medebewindstaken, het Rijk de kosten die ten laste van gemeenten komen aan hen dient te vergoeden, op dit moment onvoldoende worden nageleefd; overwegende dat voor de handhaving van deze artikelen de positie van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als stelselverant-woordelijke voor het decentrale bestuur versterkt dient te worden; verzoekt de regering om, nadere regels te stellen ten behoeve van naleving van de twee wetten, zodat het ook voor de Kamer aantoonbaar en controleerbaar is dat deze wetten worden nageleefd; verzoekt de regering tevens, elk wetsvoorstel dat decentrale overheden raakt, zoals taakoverdrachten, medebewindstaken en regionale indelingen, mede te laten ondertekenen door de Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties en bij budgetoverdrachten ook door de Minister van Financiën, en gaat over tot de orde van de dag. Inge van Dijk Grinwis kst-35925-90ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 925, nr. 90