kst-27428-164ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2010Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2009–201027 428Beleidsnota Biotechnologie Nr. 164 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND Voorgesteld 1 juli 2010 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat genen en plantenrassen geen menselijke uitvinding zijn, maar veel eerder een menselijke ontdekking; overwegende, dat genetische biodiversiteit behoort tot het algemeen erfgoed van wereldburgers en niet van enkele agromultinationals; overwegende, dat het zeer onwenselijk is als in korte tijd enkele agromul-tinationals de exclusieve eigendomsrechten verkrijgen van alle essentiële genen voor de productie van gezond en duurzaam voedsel, maar dat een dergelijk scenario zich onder de huidige wet- en regelgeving snel zou kunnen voltrekken; overwegende, dat voor boeren, consumenten en veredelaars de vrije beschikbaarheid van agrobiodiversiteit van groot belang is om de wereldbevolking te kunnen voeden, juist ook op de lange termijn; verzoekt de regering zich in te zetten om op mondiaal, Europees en nationaal niveau wet- en regelgeving zo aan te passen dat het verwerven van intellectuele eigendomsrechten op genen, planten- en diereneigen-schappen niet meer mogelijk is, en gaat over tot de orde van de dag. OuwehandTweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 27 428, nr. 164