Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3515 MOTIE VAN HET LID WESTERVELDVoorgesteld 4 februari 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat meer dan 7.000 kinderen verblijven in noodopvang-plekken of crisisnoodopvangplekken;overwegende dat deze kinderen vaak moeten verhuizen en dit directeinvloed heeft op hun gezondheid en hun welzijn;overwegende dat dit ook zorgt voor onderwijsachterstanden, voor extratrauma’s en psychische problemen;overwegende dat veel (crisis)noodopvangplekken onvoldoende voldoenaan veiligheidseisen en er vaak een gebrek is aan speelruimtes, hygiëneen rust;verzoekt de regering om geen nieuwe kinderen meer te plaatsen op(crisis)noodopvangplekken, om te komen met een plan met concretedoelstellingen over het plaatsen van kinderen die nu in de (crisis)nood-opvang zitten naar reguliere opvangplekken, en de Kamer per kwartaal teinformeren over de voortgang,en gaat over tot de orde van de dag.Westerveld kst-19637-3515ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 3515