Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1748 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLASVoorgesteld 21 januari 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat maatregelen ter bescherming van de zwarte zee-eendin belangrijke mate zijn gebaseerd op veronderstelde effecten vanverstoring, en dat de invloed van verstoring op de instandhouding van dezwarte zee-eend niet is vastgesteld, maar voornamelijk berust optheoretische aannames en modelmatige benaderingen;overwegende dat instandhoudingsdoelstellingen binnen Natura 2000geen juridisch bindende streefaantallen zijn, maar richting geven aan degewenste staat van instandhouding en de draagkracht van een gebied;overwegende dat desondanks vergaande beperkingen aan de visserijworden opgelegd met als doel verstoring te verminderen, terwijl nieteenduidig is aangetoond dat verstoring een bepalende factor is voor deachteruitgang of instandhouding van de zwarte zee-eend;verzoekt de regering niet overhaast en zonder de juiste onderbouwingenbeslissingen te nemen die drastische gevolgen kunnen hebben voor devisserij;verzoekt de regering de visserij nauw te blijven betrekken bij het opstellenvan de beheerplannen;verzoekt de regering Wageningen Marine Research opdracht te geven totonafhankelijk onderzoek naar de daadwerkelijke invloed van verstoring opde zwarte zee-eend en de relatie met de instandhoudingsdoelstellingenvan betrokken Natura 2000-gebieden en de uitkomsten van dit onderzoekleidend te laten zijn bij toekomstige besluitvorming,en gaat over tot de orde van de dag.Van der Plas kst-21501-32-1748ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 1748
21 jan 2026Motie ingediendMotie van het lid Van der Plas over een onderzoek naar de invloed van verstoring door de visserij op de zwarte zee-eend Bron ↗
21 jan 2026IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
22 jan 2026Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗