Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 24 587Justitiële Inrichtingen Nr. 893 MOTIE VAN HET LID CEDER Voorgesteld 14 maart 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat vanwege personeelstekorten bij Justitiële Jeugdinrich-tingen de regering voornemens is tijdelijk ingrijpende maatregelen te treffen, waaronder het vaker plaatsen van jongeren met een indicatie voor het jeugdstrafrecht in reguliere p.i.’s; overwegende dat onder meer het Openbaar Ministerie, de Raad voor de rechtspraak en de Raad voor de Kinderbescherming kritisch zijn op deze maatregel omdat dit niet in het belang van de jongere is, resocialisatie bemoeilijkt en daarmee de kans op recidive vergroot; verzoekt de regering zeer terughoudend om te gaan met het plaatsen van deze groep jongvolwassenen in een p.i., en wanneer hier toch toe wordt overgegaan, dit enkel beperkt en kortdurend te doen; verzoekt de regering voorts zich in ieder geval in te spannen om te borgen dat wanneer deze groep jongeren in een p.i. wordt geplaatst, dit gebeurt in een specifieke jongvolwassenengroep met op deze groep afgestemde begeleiding, scholing en een op deze groep afgestemd regime en hiertoe reeds voorbereidingsmaatregelen te treffen, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder kst-24587-893ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 24 587, nr. 893
14 mrt 2023Motie ingediendMotie van het lid Ceder over zeer terughoudend omgaan met het plaatsen van jongeren met een jeugdstrafrechtindicatie in een reguliere p.i. Bron ↗
14 mrt 2023IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
21 mrt 2023Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗