kst-31288-283ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–2012 31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 283 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID BEERTEMA TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 281 Voorgesteld 27 maart 2012 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de kwaliteit van hbo-diploma’s boven elke twijfel verheven moet zijn; constaterende dat hogescholen nu de eigen kwaliteitsnormen vaststellen, willekeurig aanpassen en in eigen beheer toetsen; constaterende dat dit ernstige schade heeft toegebracht aan de landelijke erkenning (het zogenaamde civiel effect) van diploma’s; overwegende dat kwaliteitsbewaking en accreditatie binnen de sector niet zal leiden tot een onomstreden, eenduidige kwaliteitsnorm; verzoekt de regering, per opleiding of cluster van opleidingen samen met het bedrijfsleven of betrokken werkveld kernvakken te laten vaststellen, landelijke eindtermen te bepalen voor de kenniscomponent van deze kernvakken en die te examineren via landelijke toetsing die onafhankelijk wordt geborgd, en gaat over tot de orde van de dag. BeertemaTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 31 288, nr. 283