kst-21501-20-569ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201221 501-20Europese Raad Nr. 569 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID ALBAYRAK C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 558 Voorgesteld 22 oktober 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat de kernverdragen van de Internationale Arbeidsorgani-satie en het herziene Europees Sociaal Handvest niet alleen aan de Europese instellingen maar ook aan de lidstaten de verplichting opleggen om fundamentele sociale rechten, zoals onder andere opgenomen in artikel 152 van het Europees Verdrag en artikel 28 van het Europees Sociaal Handvest, te eerbiedigen en te beschermen; van mening, dat sociale partners in staat moeten worden gesteld om hun verantwoordelijkheid te nemen ten behoeve van een spoedig nationaal sociaal- economisch herstel als gevolg van de financieel economische crisis; verzoekt de regering de instellingen van de Europese Unie, de trojka en de lidstaten met klem aan te spreken om te allen tijde fundamentele en internationale arbeids- en mensenrechten te eerbiedigen en om inbreuken op deze sociale grondrechten recht te zetten, Albayrak Sap IrrgangTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 21 501-20, nr. 569