Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 3222 MOTIE VAN DE LEDEN BREKELMANS EN KEIJZER Voorgesteld 26 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de tijdelijke regeling voor derdelanders uit Oekraïne op 4 maart beëindigd is voor derdelanders en dat hun tijdelijke verblijfstatus daarmee vervalt; overwegende dat de meeste derdelanders afkomstig zijn uit een veilige situatie in hun herkomstland en daarom kunnen terugkeren; constaterende dat de rechtbank in Roermond heeft uitgesproken dat derdelanders toch hun verblijfstatus behouden, welke strijdig is met de uitspraken van andere rechtbanken en de hoogste rechter in het bestuurs-recht, de Raad van State; van mening dat derdelanders die veilig kunnen terugkeren naar hun herkomstland, zo snel mogelijk dienen te vertrekken; verzoekt de regering zich er maximaal voor in te zetten dat derdelanders uit Oekraïne zo snel mogelijk terugkeren naar hun herkomstland, en gaat over tot de orde van de dag. Brekelmans Keijzer kst-19637-3222ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 19 637, nr. 3222
26 mrt 2024Motie ingediendMotie van de leden Brekelmans en Keijzer over er maximaal op inzetten dat derdelanders uit Oekraïne zo snel mogelijk terugkeren naar hun herkomstland Bron ↗
26 mrt 2024IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
2 apr 2024Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗