kst-31209-133ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2010Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201131 209Schoon en zuinig Nr. 133 MOTIE VAN HET LID JANSEN Voorgesteld 23 september 2010 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat: –de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van windmolens van 10-6/jr. niet geldt voor wegen, spoorwegen en vaarwegen; –de Beleidsvisie windturbines langs auto-, spoor- en vaarwegen (1999) en de Beleidsregels voor het plaatsen van windturbines bij water-staatswerken (2002) vuistregels geven voor de afstand tussen turbine en infrastructuur, die niet gebaseerd zijn op de gebruikelijke risicobenadering; –een ongeval met een windturbine in de nabijheid van een drukke autoweg of spoorlijn potentieel veel slachtoffers kan veroorzaken; verzoekt de regering te onderzoeken hoe de beleidsvisie en beleidsregels gebaseerd kunnen worden op de standaard risicobenadering met een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van 10-6/jr. en de Kamer hierover binnen zes maanden te berichten, en gaat over tot de orde van de dag. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 31 209, nr. 133