Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 32 043Toekomst pensioenstelsel Nr. 468 MOTIE VAN HET LID VAN WEYENBERG C.S. Voorgesteld 19 juni 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in het pensioenakkoord onder andere een overgangsre-geling is afgesproken voor oudere werknemers, waarbij het tijdelijk makkelijker wordt om tot drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken; overwegende dat dit gebeurt vanuit de gedachte dat een deel van de oudere werknemers niet heeft kunnen anticiperen op de verhoging van de AOW-leeftijd met investeringen in duurzame inzetbaarheid en scholing; overwegende dat tegelijkertijd budget wordt vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat op lange termijn werkenden wel investeren in een leven lang ontwikkelen en duurzame inzetbaarheid om zo werkend de AOW-leeftijd te kunnen halen; verzoekt de regering, de effecten van de maatregelen die de overgang van werk naar pensioen verzachten en de extra investeringen in duurzame inzetbaarheid en een leven lang ontwikkelen te monitoren en de arbeids-markteffecten daarvan in kaart te brengen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Weyenberg Van der Linde Bruins Slootweg kst-32043-468ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 32 043, nr. 468
19 jun 2019Motie ingediendMotie van het lid Van Weyenberg c.s. over monitoren van de effecten van maatregelen die de overgang van werk naar pensioen verzachten Bron ↗
19 jun 2019Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
25 jun 2019Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗