kst-31066-111ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201131 066Belastingdienst Nr. 111 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID OMTZIGT C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 107 Voorgesteld 30 juni 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat verschillende belastinginspecteurs een totaal verschil-lende uitleg gegeven hebben aan vrijwilligersverklaringen en de gevolgen daarvan voor de giftenaftrek in de inkomstenbelasting; constaterende, dat vele belastingplichtigen te goeder trouw een forfaitair bedrag hebben afgetrokken en nu met navorderingen over 2008, 2009 en 2010 geconfronteerd worden; overwegende, dat het logisch is dat deze belastingplichtigen niet meer gevraagd kan worden om bonnetjes van onkosten of een kilometerregis-tratie over die jaren terug te vinden en daarmee het recht op giftenaftrek op andere wijze aan te tonen; verzoekt de regering per onmiddellijk elke navordering van afgetrokken vrijwilligersvergoedingen te staken over de voornoemde jaren, behalve wanneer er een zwaar vermoeden is van misbruik; verzoekt de regering tevens opnieuw in overleg te treden met de Nederlandse Organisatie van Vrijwilligers hierover en gezamenlijk duidelijk te maken naar de toekomst wanneer aftrek wel en niet is toegestaan, en gaat over tot de orde van de dag. Omtzigt Schouten Koolmees Groot Braakhuis Van VlietTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 31 066, nr. 111