Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 35 334Problematiek rondom stikstof en PFAS Nr. 74 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN VAN HAGA EN VON MARTELS TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 58 Voorgesteld 1 april 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat bij aanpassing van het tijdelijk handelingskader slechts verruiming van de PFAS-norm voor bagger in niet-vrijliggende diepe plassen heeft plaatsgevonden en er zodoende voor de andere categorieën nog steeds sprake is van een norm van 0,1 microgram PFAS per kilogram; overwegende dat vanuit de sector zorgen worden geuit ten gevolge van de normering van 0,1 microgram PFAS per kilogram en er om acute maatregelen wordt verzocht; overwegende dat naar aanleiding van de motie Von Martels (28 089, nr. 166) het RIVM en Deltares momenteel in beeld trachten te brengen wat de verantwoorde toepassingsmogelijkheden zijn voor PFAS houdende grond in oppervlakte water; verzoekt de regering, zo spoedig mogelijk meer ruimte voor verantwoorde toepassingen van grond in niet-vrijliggende diepe plassen en van grond en bagger in vrijliggende diepe plassen mogelijk te maken, zodat de sector de werkzaamheden op korte termijn kan hervatten en de financiële schade hiermee kan beperken; en gaat over tot de orde van de dag. Van Haga Von Martels kst-35334-74ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 334, nr. 74
1 apr 2020Motie ingediendGewijzigde motie van de leden Van Haga en Von Martels over meer ruimte voor verantwoorde toepassingen van grond in diepe plassen (t.v.v. 35334-58)Bron ↗
1 apr 2020Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗