Motie van het lid Van der Graaf c.s. over meenemen van de fiets in de trein
28 mei 2020 · Tweede Kamer · Dossier 35300-XII · Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2020
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 35 300 XIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2020 Nr. 110 MOTIE VAN HET LID VAN DER GRAAF C.S. Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 28 mei 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat noodzakelijke reizen in de trein soms ook met een fiets gemaakt moeten worden; constaterende dat de NS vanwege coronamaatregelen tijdelijk het beleid voert dat er wel vouwfietsen en hulpmiddelen voor mensen met een beperking toegestaan zijn, maar andere fietsen niet meegenomen mogen worden in de trein; overwegende dat hiermee mensen in cruciale beroepen of mantelzorgers ernstig belemmerd kunnen worden in hun reis; verzoekt de regering, in overleg te treden met de NS om ook reizen met een fiets in de trein in noodzakelijke gevallen toe te staan en alle mogelijk-heden in kaart te brengen om zo snel mogelijk fietsen wel weer in de trein mee te kunnen nemen; verzoekt de regering tevens, om samen met de NS en andere ov-vervoerders tot een oplossing te komen waardoor de fiets onderdeel kan blijven van noodzakelijke reizen, bijvoorbeeld door de OV-fiets tijdelijk kosteloos beschikbaar te stellen of het hanteren van een aanmeldsysteem, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Graaf Kröger, Laçin Schonis Van Esch kst-35300-XII-110ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 300 XII, nr. 110