Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2026–202719 637VreemdelingenbeleidNr. 3667 MOTIE VAN HET LID VAN ASTENVoorgesteld 7 oktober 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de arbeidsparticipatie onder Oekraïense ontheemdenrelatief hoog is, maar er sprake blijft van onbenut arbeidspotentieel;constaterende dat het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taalals grootste obstakel wordt genoemd en 75% van de Oekraïenseontheemden de Nederlandse taal beter zou willen leren;overwegende dat Oekraïense ontheemden geen toegang hebben tot dereguliere inburgering en daardoor minder ondersteuning krijgen bij hetleren van de taal;overwegende dat het bieden van ondersteuning bij het leren van de taalde participatie kan bevorderen;verzoekt de regering als onderdeel van het langetermijnbeleid voorOekraïense ontheemden een verkenning uit te voeren naar taalonder-steuning in relatie tot werk, en dit te betrekken bij de financiële besluit-vorming komend voorjaar,en gaat over tot de orde van de dag.Van Asten kst-19637-3667ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 19 637, nr. 3667
7 okt 2026Motie ingediendMotie van het lid Van Asten over een verkenning uitvoeren naar taalondersteuning voor Oekraïense ontheemden in relatie tot werk Bron ↗
7 okt 2026IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
13 okt 2026Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗