Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 25 295Infectieziektenbestrijding Nr. 154 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND C.S. Voorgesteld 18 maart 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat in de geestelijke gezondheidszorg mensen afhankelijk zijn van dag-tot-dagzorg, waarbij menselijk contact noodzakelijk en soms zelfs van levensbelang is; constaterende dat door de maatregelen tegen het coronavirus er onduidelijkheid is ontstaan over hoe deze zorg kan worden voortgezet; verzoekt de regering, met een noodplan ggz te komen, en gaat over tot de orde van de dag. Ouwehand Hijink Asscher Kuzu Van der Staaij Krol Wilders Baudet Van Kooten-Arissen kst-25295-154ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 25 295, nr. 154