Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 31 066Belastingdienst Nr. 559 MOTIE VAN HET LID VAN KOOTEN-ARISSEN Voorgesteld 4 december 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het volgens de Staatssecretaris problematisch is dat de kinderopvangtoeslag werkt met voorschotten; constaterende dat hierbij vaak achteraf blijkt dat er te veel toeslag is uitbetaald, waardoor achteraf geld moet worden teruggevraagd met mogelijk zeer ernstige gevolgen zoals bij de CAF 11-zaak; constaterende dat door overheidsdiensten, kinderopvangaanbieders én ouderorganisaties jaren werd gewerkt aan de voorbereiding van de directe financiering van kinderopvang; overwegende dat belastinggeld niet dient te worden rondgepompt, maar zo simpel mogelijk bij de eindontvanger terecht moet komen; verzoekt de regering, om directe financiering van kinderopvang alsnog te introduceren, en gaat over tot de orde van de dag. Van Kooten-Arissen kst-31066-559ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 31 066, nr. 559