Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 31 936Luchtvaartbeleid Nr. 923 MOTIE VAN DE LEDEN KRÖGER EN VAN RAAN Voorgesteld 15 maart 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de natuurvergunning van Schiphol van groot maatschappelijk belang is; constaterende dat de Commissie voor de milieueffectrapportage een aantal adviezen heeft gegeven waarvoor de Minister voor Natuur en Stikstof en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het bevoegd gezag zijn, met name met betrekking tot de methode die gehanteerd wordt voor het bepalen van de emissierechten; constaterende dat Schiphol door de Minister voor Natuur en Stikstof en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat in kennis gesteld is over de uitgangspunten ten aanzien van de referentiedatum en vlootsamenstelling die gehanteerd moeten worden voor het bepalen van emissierechten; verzoekt de regering om deze uitgangspunten en de gekozen methode voor het bepalen van emissierechten per ommegaande met de Kamer te delen, en gaat over tot de orde van de dag. Kröger Van Raan kst-31936-923ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 31 936, nr. 923
15 mrt 2022Motie ingediendMotie van de leden Kröger en Van Raan over het met de Kamer delen van de uitgangspunten en de gekozen methode voor het bepalen van emissierechten Bron ↗
15 mrt 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
22 mrt 2022Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗