Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 32 043Toekomst pensioenstelsel Nr. 564 MOTIE VAN HET LID DEN HAAN Voorgesteld 15 september 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat inmiddels ruim twee jaar geleden een pensioenakkoord is gesloten; overwegende dat de uitwerking daarvan fors vertraging heeft opgelopen en tot op de dag van vandaag nog geen helderheid bestaat over belang-rijke zaken als een snel perspectief op indexatie, een eerlijke overstap naar het mogelijke nieuwe pensioenstelsel (waarbij in het huidige systeem gegroeide onevenwichtigheden als bijvoorbeeld vermogensoverdrachten van oud naar jong afdoende worden geadresseerd) en meer zeggenschap van gepensioneerden in de aanloop naar die overstap alsook daarna; constaterende dat mede daardoor de onvrede onder gepensioneerden (maar ook onder werkenden) toeneemt en het draagvlak voor het pensioenakkoord navenant afneemt; verzoekt de regering, nu het hier met name voor senioren belangrijke onderwerpen betreft, om seniorenorganisaties nauwer bij het overleg over die uitwerking te betrekken, alsook op zo kort mogelijke termijn met een heldere uitwerking van genoemde punten op de hierboven bedoelde wijze (leidend tot perspectief op indexatie per 2022, een eerlijke overstap en meer zeggenschap) te komen, en gaat over tot de orde van de dag. Den Haan kst-32043-564ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 32 043, nr. 564