Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 21 501-20Europese Raad Nr. 1816 MOTIE VAN HET LID KUZU Voorgesteld 22 juni 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Unie in de zoektocht naar alternatieven voor Russisch aardgas een akkoord heeft getekend met Israël en Egypte; constaterende dat de oorlog in Oekraïne de directe aanleiding is voor de gasdeal waarbij de EU van de afhankelijkheid van Rusland af wil; overwegende dat blijkbaar voor de regering de ene bezetter de andere niet is; van mening dat Israël niet beloond mag worden en niet financieel mag profiteren van een mogelijke Europese energiecrisis; verzoekt de regering om tijdens de Europese top te pleiten voor aanvul-lende voorwaarden waarbij Israël wordt gedwongen om internationaal recht na te leven, en gaat over tot de orde van de dag. Kuzu kst-21501-20-1816ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 21 501-20, nr. 1816
22 jun 2022Motie ingediendMotie van het lid Kuzu over pleiten voor aanvullende voorwaarden waarbij Israël wordt gedwongen om internationaal recht na te levenBron ↗
22 jun 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
22 jun 2022Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗