kst-21501-32-463ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201121 501-32Landbouw- en Visserijraad Nr. 463 MOTIE VAN HET LID SNIJDER-HAZELHOFF C.S. Voorgesteld 16 maart 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid zich meer dient te richten op duurzaamheid en concurrentiekracht; overwegende, dat daarbij een basispremie en daar bovenop voor de invulling van de verduurzaming zogenaamde top-ups een rol kunnen spelen; overwegende, dat bijvoorbeeld in de Veenkoloniën van de een-op-twee aardappelteelt over wordt gegaan naar een-op-drie of een-op-vier en dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit en bodemverbetering; overwegende, dat bijvoorbeeld in de melkveehouderij de «koe in de wei» een bijdrage kan leveren aan de verduurzamingseis; verzoekt de regering bij het toekomstige beleid uit te gaan van een zo hoog mogelijke basispremie en daar bovenop voor de vergroening/verduurzaming in te zetten op top-ups en daarbij de in de overwegingen genoemde voorbeelden mee te wegen, en gaat over tot de orde van de dag. Snijder-Hazelhoff Koopmans Dijkgraaf GerbrandsTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-32, nr. 463