Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 31 839Jeugdzorg Nr. 931 MOTIE VAN HET LID VAN HAGA Voorgesteld 14 maart 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gemeenten volgens de Jeugdwet in de periodieke vaststelling van hun plannen niet hoeven aan te geven hoeveel uithuis-plaatsingen er in betreffende gemeenten hebben plaatsgevonden, hoe gemeenten gaan inzetten op het verminderen van uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen en hoe deze verregaande kinderbeschermings-maatregelen zich verhouden tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Verdrag inzake Rechten van het Kind en het Burgerlijk Wetboek; constaterende dat een oordeel van het college met betrekking tot het gezag over een minderjarige volgens de huidige wetgeving niet verplicht moet leiden tot een onafhankelijk, intensief perspectiefonderzoek door relevant opgeleide, BIG-geregistreerde specialisten van een erkende zorgorganisatie; constaterende dat veel ouders en kinderen op dit moment niet goed op de hoogte zijn van de mogelijkheid tot het starten van een klachtenprocedure bij een onafhankelijke klachtencommissie en het inschakelen van bijstand door een onafhankelijk vertrouwenspersoon; verzoekt de regering de Jeugdwet te wijzigen door middel van het juridisch verankeren van bovengenoemde aanvullingen op de wet, teneinde kwetsbare kinderen en ouders beter te beschermen en het aantal ingrijpende kinderbeschermingsmaatregelen en de werkdruk voor jeugdbeschermers en jeugdhulpverleners te verminderen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Haga kst-31839-931ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 839, nr. 931
14 mrt 2023Motie ingediendMotie van het lid Van Haga over de Jeugdwet wijzigen om het aantal ingrijpende kinderbeschermingsmaatregelen te verminderen Bron ↗
14 mrt 2023IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
21 mrt 2023Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗