Ingediend
8 jul 2021
Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.
8 jul 2021
Bij dit besluit zijn geen stemmingen vastgelegd. De uitslag per fractie is onbekend.
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 32 140Herziening Belastingstelsel Nr. 98 MOTIE VAN HET LID EPPINK C.S. Voorgesteld 8 juli 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de aangenomen motie-Bashir (34 302, nr. 97) in 2015 al opriep om niet het fictieve maar het werkelijke rendement op inkomsten uit box 3 te belasten; overwegende dat het kabinet-Rutte III in zijn regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst voornemens was «een stelsel van vermogensrendements-heffing op basis van werkelijk rendement» uit te werken; constaterende dat er tot dusver geen resultaten zijn geboekt om het box 3-stelsel te hervormen opdat burgers enkel over hun werkelijke rendement belast worden; constaterende dat Staatssecretaris Vijlbrief de aanpassing van box 3 aan een volgend kabinet wil overlaten; verzoekt het kabinet, alsnog vóór het einde van 2021 werk te maken van het hervormen van het box 3-stelsel, zodat burgers in 2022 enkel belast worden over hun werkelijke rendement uit spaarvermogen op de bank, en niet over een veel hoger percentage door een fictief rendement; verzoekt het kabinet, een voorstel hiervoor op te nemen in het Belas-tingplan 2022, en gaat over tot de orde van de dag. Eppink Ephraim Stoffer Van der Plas kst-32140-98ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 32 140, nr. 98
Gewijzigde motie van het lid Eppink c.s. over het enkel belasten van werkelijk rendement in 2022 (t.v.v. 32140-98)
Motie van het lid Eppink c.s. over het enkel belasten van werkelijk rendement in 2022
Motie van het lid Eppink c.s. over het enkel belasten van werkelijk rendement in 2022
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.