Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 25 295Infectieziektenbestrijding Nr. 1014 MOTIE VAN DE LEDEN KUZU EN VAN KOOTEN-ARISSEN Voorgesteld 24 februari 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat meerdere wetenschappelijke studies spreken van een endemisch karakter van COVID-19; constaterende dat op basis van de huidige besmettingscijfers wereldwijd het endemisch karakter al zichtbaar is; constaterende dat het huidige coronabeleid geen rekening houdt met het endemisch karakter van het virus; verzoekt de regering, om de endemische status van COVID-19 te erkennen, daar een strategie voor op te stellen en deze strategie voor het zomerreces met de Kamer te delen, en gaat over tot de orde van de dag. Kuzu Van Kooten-Arissen kst-25295-1014ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 25 295, nr. 1014