Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 24 515Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 318 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VOORTMAN C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 313 Voorgesteld 3 november 2015 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat meerdere gemeenten hebben aangegeven te willen experimenteren met de Participatiewet door minder verplichtingen op te leggen en meer bijverdienmogelijkheden te creëren, teneinde op effectievere en efficiëntere wijze mensen uit de bijstand aan werk te helpen; overwegende dat de Staatssecretaris een gesprek heeft gevoerd met vier gemeenten en hen daarin heeft verzocht om met een uitwerking in één brief te komen; overwegende dat experimenten alleen zin hebben als verschillende varianten worden uitgevoerd, zodat in beeld kan worden gebracht wat de effecten van verschillende keuzes zijn; verzoekt de regering, een algemene maatregel van bestuur op basis van artikel 83 uit de Participatiewet voor experimenteerruimte dusdanig vorm te geven dat er ruimte is voor variatie in de experimenten en dat eventueel andere gemeenten dan de vier waarmee de Staatssecretaris heeft gesproken, ook een eigen experiment kunnen uitvoeren, en gaat over tot de orde van de dag. Voortman Kos¸er Kaya Kerstens Karabulut kst-24515-318ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 24 515, nr. 318