Motie van het lid Faber over vreemdelingen niet gelijkstellen met personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten
28 mei 2026 · Tweede Kamer · Dossier 36688-(R2205) · Goedkeuring van het op 18 december 2023 te Rabat tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering (Trb. 2024, 1)
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 688 (R2205)Goedkeuring van het op 18 december 2023 teRabat tot stand gekomen Verdrag tussen hetKoninkrijk der Nederlanden en het KoninkrijkMarokko inzake uitlevering (Trb. 2024, 1)Nr. 7 MOTIE VAN HET LID FABERVoorgesteld 28 mei 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland een interpretatieve verklaring heeft afgelegdwaarin het het begrip «Nederlanderschap» in de zin van artikel 4 van hetverdrag uitlegt;constaterende dat Nederland hier onderscheid maakt in twee categorieën:personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten en vreemdelingen diein de Nederlandse samenleving zijn geïntegreerd;overwegende dat vreemdelingen voor het begrip «Nederlanderschap»gelijk worden gesteld met personen die de Nederlandse nationaliteitbezitten en dit absoluut ontoelaatbaar is;verzoekt de regering de interpretatieve verklaring aan te passen zodatvreemdelingen niet langer gelijk worden gesteld met personen die deNederlandse nationaliteit bezitten,en gaat over tot de orde van de dag.Faber kst-36688-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 688 (R2205), nr. 7