Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 25 295Infectieziektenbestrijding Nr. 452 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID OUWEHAND TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 441 Voorgesteld 25 juni 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat COVID-19 net als SARS, varkensgriep en Q-koorts een zoönose is, en dat 60% tot 75% van de nieuwe infectieziekten ontstaat door dit overslaan van ziekten van dier op mens; constaterende dat virologen daarom al jarenlang waarschuwen dat (wereldwijde) ontbossing, het verlies van biodiversiteit, de handel in wilde dieren en het opeenpakken van grote aantallen dieren in de veehouderij steeds grotere risico’s vormen op het ontstaan van nieuwe zoönosen en pandemieën; overwegende dat Nederland een grote importeur is van ontbossingspro-ducten als palmolie en soja voor veevoer, de hoogste veedichtheid ter wereld heeft en met Schiphol en de Rotterdamse haven een belangrijke spil is in de wereldwijde handel in wilde dieren, spreekt uit dat een nieuwe zoönotische pandemie zoals corona moet worden voorkomen; verzoekt de regering, onder leiding van het Ministerie van VWS voor het einde van het jaar een ambitieus plan van aanpak te presenteren om het risico op het ontstaan van zoönose aanmerkelijk te verkleinen, waarbij de grondoorzaken in samenhang worden aangepakt, en gaat over tot de orde van de dag. Ouwehand kst-25295-452ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 25 295, nr. 452
25 jun 2020Motie ingediendGewijzigde motie van het lid Ouwehand over een ambitieus plan van aanpak om het risico op het ontstaan van zoönosen te verkleinen (t.v.v. 25295-441)Bron ↗
25 jun 2020IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
30 jun 2020Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗