Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202424 587Justitiële InrichtingenNr. 961 MOTIE VAN DE LEDEN UITERMARK EN FABER-VAN DEKLASHORSTVoorgesteld 21 mei 2024 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Minister het capaciteitsverlof, zoals opgenomen inde Rtvi, baseert op zijn bevoegdheid zoals neergelegd in artikel 26 van dePenitentiaire beginselenwet;constaterende dat de Penitentiaire beginselenwet de Minister debevoegdheid geeft om in de Rtvi nadere regels te stellen over het verlatenvan de inrichting bij wijze van verlof om op die manier bij te dragen aande voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij;constaterende dat capaciteitsverlof wordt verleend vanwege personeels-gebrek en dus niet een re-integratiedoeleinde dient;constaterende dat in het RSJ-advies van 18 april wordt aangegeven datcapaciteitsverlof de facto de door de strafrechter opgelegde straf wijzigten dat dit afbreuk doet aan het gezag van de rechter en het vertrouwen inde overheid kan aantasten;overwegende dat op grond van de wet de beoogde aanpassing van deregeling niet geoorloofd is;verzoekt de regering capaciteitsverlof daarom niet op te nemen in de Rtvi,en gaat over tot de orde van de dag.UitermarkFaber-van de Klashorst kst-24587-961ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 587, nr. 961