Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 32 043Toekomst pensioenstelsel Nr. 395 MOTIE VAN HET LID GRASHOFF C.S. Voorgesteld 27 maart 2018 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat 11% van de werkenden niet eerder met pensioen kan zonder onder het sociaal minimum terecht te komen omdat ze onvol-doende aanvullend pensioen hebben; overwegende dat laagbetaalde werknemers, in vergelijking met hogerbe-taalde werknemers, nagenoeg geen keuzemogelijkheden hebben om, indien nodig, vervroegd met pensioen te gaan; verzoekt de regering om, varianten naast elkaar te zetten van hoe een combinatie van vervroegde AOW en pensioen met name voor lagere inkomensgroepen haalbaar zou kunnen zijn, en de Kamer daarover voor de zomer te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Grashoff Van Kent Gijs van Dijk kst-32043-395ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 32 043, nr. 395