Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 31 497Passend onderwijs Nr. 346 MOTIE VAN DE LEDEN BEERTEMA EN VAN MEENEN Voorgesteld 19 februari 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het doel van het stelsel passend onderwijs nul thuis-zitters was en dat dit doel diende als het belangrijkste argument voor de voorstanders van de wet; constaterende dat het aantal thuiszitters met ingang van de Wet passend onderwijs 15.049 thuiszitters telde en aan het einde van 2019 14.897 thuiszitters; van mening dat de samenwerkingsverbanden noch de Minister hun streven van nul thuiszitters hebben gerealiseerd; verzoekt de regering, met een actieplan te komen om nog voor het einde van de regeerperiode het aantal thuiszitters in ieder geval ten minste te halveren, en gaat over tot de orde van de dag. Beertema Van Meenen kst-31497-346ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 31 497, nr. 346