Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 33 625Hulp, handel en investeringen Nr. 303 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DEN NIEUWENHUIJZEN EN VAN DEN HUL Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 15 juni 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de coronacrisis en de economische gevolgen van de pandemie hard aankomen in de armste delen van de wereld; overwegende dat honderden miljoenen mensen hierdoor dreigen terug te vallen in extreme armoede en hongersnood; overwegende dat het AlV-advies over de wereldwijde COVID-19-aanpak helder uiteenzet dat Nederland als rijk land aan die aanpak dient bij te dragen, uit medemenselijkheid maar ook uit eigenbelang; verzoekt de regering, om het AIV-advies in volledigheid op te volgen wat betreft de budgettaire aspecten, door een bedrag van 1 miljard beschikbaar te maken uit de algemene middelen voor het lenigen van de acute noden in de armste landen en voor de armste groepen, en door toe te zeggen dat het huidige reguliere budget voor ontwikkelingssamen-werking niet zal worden verlaagd, ook niet bij een daling van het bnp, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Nieuwenhuijzen Van den Hul kst-33625-303ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 33 625, nr. 303
15 jun 2020Motie ingediendMotie van de leden Van den Nieuwenhuijzen en Van den Hul over het AIV-advies volledig opvolgen wat betreft de budgettaire aspectenBron ↗
15 jun 2020IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
23 jun 2020Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗