Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 1841 MOTIE VAN DE LEDEN VOORDEWIND EN GESTHUIZEN Voorgesteld 10 juni 2014 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat verschillende aanvragen onder de kinderpardonregeling zijn afgewezen doordat aanvragers niet onder rijkstoezicht maar wel onder het gemeentelijk toezicht stonden; van mening dat mede hierdoor het belang van het kind ondergeschikt wordt gemaakt, hetgeen in strijd is met artikel 3 van het Kinderrechten-verdrag; verzoekt de regering, verklaringen van burgemeesters zwaar mee te laten wegen bij het discretionair beoordelen van de afgewezen kinderpardon-zaken waarbij er sprake was van gemeentelijk toezicht, en gaat over tot de orde van de dag. Voordewind Gesthuizen kst-19637-1841ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 19 637, nr. 1841
10 jun 2014Motie ingediendMotie van de leden Voordewind en Gesthuizen over het zwaar laten meewegen van verklaringen van burgemeesters bij de discretionaire beoordeling Bron ↗
10 jun 2014Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
17 jun 2014Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗