Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 3034 MOTIE VAN HET LID KOEKKOEK Voorgesteld 22 december 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet willens en wetens onuitvoerbaar beleid formuleert in de asieldeal; overwegende dat het kabinet de verantwoordelijkheid voor het juridisch verantwoorden van het beleid uitbesteedt aan de rechter en daarmee het rechtssysteem nodeloos belast; constaterende dat de Raad van State vooraf wet- en regelgeving kan toetsen op overeenstemming met het recht; verzoekt de regering wet- en regelgeving omtrent asiel en migratie vooraf ter toetsing voor te leggen aan de Raad van State; verzoekt tevens de regering EU-wetgeving, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Kinderrechtenverdrag en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als richtlijn voor het beleid te hanteren en derhalve de maatregelen die daarmee in strijd zijn, te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Koekkoek kst-19637-3034ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 19 637, nr. 3034
22 dec 2022Motie ingediendMotie van het lid Koekkoek over wet- en regelgeving omtrent asiel- en migratie vooraf ter toetsing voorleggen aan de Raad van StateBron ↗
22 dec 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
22 dec 2022Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗