Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 576NatuurbeleidNr. 382 MOTIE VAN HET LID VAN CAMPENVoorgesteld 20 juni 2024 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in de kustprovincies sprake is van verzilting vanlandbouwgronden, het schaarser worden van de zoetwatervoorziening enstikstofdepositie van scheepvaart;overwegende dat deze factoren druk leggen op de staat van instand-houding van de natuur en daarbij NOx uit de scheepvaart in alle kustpro-vincies ervoor zorgt dat deze provincies weinig sturing hebben op destikstofdepositie;overwegende dat hiermee agrarisch ondernemerschap op de Zeeuwseeilanden en andere kustprovincies zeer moeilijk wordt en daarmeekostbare opbrengsten verloren gaan, zeker aangezien de provincie doorbeperkte aanwezigheid van veehouderij kan sturen op emissies;verzoekt de regering om in lijn met het doel «maatwerk per gebied» in hetNPLG samen met deze provincies tot een actieplan te komen om in debehoefte van zoetwater te kunnen voorzien en verzilting tegen te gaan enmaatregelen in het NPLG op te nemen die sturing op het gebied van destaat van instandhouding kunnen bieden,en gaat over tot de orde van de dag.Van Campen kst-33576-382ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 382
20 jun 2024Motie ingediendMotie van het lid Van Campen over met kustprovincies tot een actieplan komen om in de behoefte van zoetwater te voorzien en verzilting tegen te gaan Bron ↗
20 jun 2024IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
25 jun 2024Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗