Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 31 497Passend onderwijs Nr. 368 MOTIE VAN DE LEDEN RUDMER HEEREMA EN WIERSMA Voorgesteld 23 september 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er op het primair en voortgezet onderwijs nog onvoldoende aandacht is voor hoogbegaafdheid maar er wel incidenteel programma’s lopen om hoogbegaafde leerlingen het onderwijs te bieden dat bij hen past; constaterende dat het voor de doorstroom van hoogbegaafde leerlingen naar het hoger onderwijs goed kan zijn wanneer het hoger onderwijs meer op de hoogte is van deze bijzondere groep leerlingen die in kunnen stromen; verzoekt de regering, om samen met de Stichting Landelijk Netwerk Hoogbegaafd in het Hoger Onderwijs (HB-BO), de VSNU, de VH, de PO-Raad en de VO-raad te onderzoeken of hoogbegaafde leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs die meer uitdaging nodig hebben gebruik kunnen maken van onderdelen van of structurele dagdelen in het hoger onderwijs; verzoekt de regering eveneens, met dezelfde gesprekpartners te onder-zoeken op welke manieren «een zachte landing» bewerkstelligd kan worden voor hoogbegaafde leerlingen die doorstromen naar het hoger onderwijs, en de resultaten hiervan te delen met de Kamer, en gaat over tot de orde van de dag. Rudmer Heerema Wiersma kst-31497-368ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 497, nr. 368
23 sep 2020Motie ingediendMotie van de leden Rudmer Heerema en Wiersma over hoogbegaafde leerlingen gebruik laten maken van delen van het hoger onderwijsBron ↗
23 sep 2020IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
29 sep 2020Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗