Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 31 311Zelfstandig ondernemerschap Nr. 249 MOTIE VAN HET LID PODT C.S. Voorgesteld 22 juni 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er de afgelopen decennia een groeiende groep zelfstandige bijverdieners is ontstaan, die andere wensen heeft over hoe ze hun werk willen invullen, bijvoorbeeld door (tijdelijk) te willen te kiezen voor flexibel werk, naast andere bezigheden als studie, ondernemerschap en maatschappelijke betrokkenheid; constaterende dat deze groep niet vertegenwoordigd wordt door en in de polder en dat er geen expliciete aandacht is voor deze groep zelfstandige bijverdieners in zowel het eindrapport van de commissie-Borstlap, het MLT-advies van de SER en opvolgende Kamerbrieven over arbeidsmarkt-beleid; van mening dat het onwenselijk zou zijn als de mogelijkheid van deze groep om zelfstandig bij te verdienen beperkt zou worden zonder dat hier een expliciete en zorgvuldige weging aan ten grondslag ligt; verzoekt de regering nogmaals in gesprek te gaan met deze groep om zo hun wensen en zorgen wat betreft hun plek in de arbeidsmarkt van de toekomst goed te inventariseren; verzoekt de regering dit zo snel mogelijk te doen zodat de uitkomsten hiervan nog betrokken kunnen worden bij de uitwerking van het arbeids-marktpakket in definitieve wetgeving; verzoekt de regering hier expliciet aandacht aan te besteden in de memorie van toelichting van de relevante wetgeving, en gaat over tot de orde van de dag. Podt Romke de Jong Smals kst-31311-249ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 311, nr. 249
22 jun 2023Motie ingediendMotie van het lid Podt c.s. over een inventarisatie van de wensen en zorgen van zelfstandige bijverdieners voor de arbeidsmarkt van de toekomst Bron ↗
22 jun 2023IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
27 jun 2023Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗