Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 31 497Passend onderwijs Nr. 288 MOTIE VAN DE LEDEN WESTERVELD EN VAN DEN HUL Voorgesteld 12 februari 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een leerling wettelijk het recht heeft speciaal onderwijs te volgen tot en met het schooljaar waarin de leerling 20 jaar wordt; constaterende dat de beschikbare financiële middelen hiervoor in 2014 zijn overgegaan naar samenwerkingsverbanden; constaterende dat verschillende samenwerkingsverbanden deze leeftijds-grens naar beneden bijstellen; constaterende dat leerlingen hierdoor belemmerd worden om zich optimaal te ontwikkelen; overwegende dat deze werkwijze ingaat tegen de bedoeling van passend onderwijs en de afspraken in het VN-verdrag handicap; verzoekt de regering, met samenwerkingsverbanden afspraken te maken om op basis van het ontwikkelingsperspectief van leerlingen individuele afwegingen te maken over de eindleeftijd waarop zij school verlaten, en gaat over tot de orde van de dag. Westerveld Van den Hul kst-31497-288ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 31 497, nr. 288