MotieVerworpenKabinet: geen (expliciete) appreciatie
Motie van het lid Van Baarle over het betreuren van de handelswijze bij de sollicatie van twee bewindslieden
14 okt 2021 · Tweede Kamer · Dossier 35925-III · Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2022
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 35 925 IIIVaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2022 Nr. 10 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 14 oktober 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat twee oud-bewindslieden in strijd met het Handboek voor bewindspersonen hebben gesolliciteerd op een andere functie, zonder vooraf dit voor te leggen aan de Minister-President; van mening dat integriteit geen dode letter mag zijn; betreurt deze handelwijze, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle kst-35925-III-10ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 925 III, nr. 10