kst-32043-84ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201232 043Toekomst pensioenstelsel Nr. 84 MOTIE VAN DE LEDEN KOOLMEES EN KLAVER Voorgesteld 14 december 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat de voorspellingen van het CPB en DNB een somber economisch beeld schetsen en dat DNB verwacht dat er 5 mld. extra bezuinigingen nodig zijn om aan de begrotingsregels te voldoen; constaterende, dat de regering meermaals heeft uitgesproken dat er bij eventuele aanvullende bezuinigingen geen taboes zijn; constaterende, dat het CPB pleit voor het nemen van structurele maatre-gelen en het sneller verhogen van de AOW-leeftijd als expliciet voorbeeld daarvan noemt; constaterende, dat het draagvlak bij sociale partners voor het pensioenak-koord onzeker is; constaterende, dat het stapsgewijs verhogen van de AOW-leeftijd met twee maanden per jaar 7,7 mld. oplevert tot 2020; spreekt uit dat ook het heroverwegen van het pensioenakkoord geen taboe is bij eventuele aanvullende bezuinigingen, en gaat over tot de orde van de dag. Koolmees KlaverTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 043, nr. 84